Toelating

Toelatingscriteria

Kinderen zijn toelaatbaar als zij een indicatie hebben ontvangen voor cluster 3 zml. De Cirkel laat ook verbreed toe. Dit betekent dat leerlingen met de zml-mg-indicatie, welk afgegeven is op basis van een laag ontwikkelingsniveau al dan niet in combinatie met een beperkt gedragsrepertoire, ook geplaatst kunnen worden. De indicatie wordt afgegeven door de commissie van indicatiestelling van het desbetreffende cluster. De criteria zijn als volgt omschreven:

Bij leerlingen met het syndroom van Down kan een indicatie voor de hele schoolloopbaan aangevraagd worden, mits er een medisch verslag aanwezig is waarop aangegeven staat dat er sprake is van het syndroom van Down.
Is er sprake van een IQ lager dan 55, dan is naast het aanmeldingsformulier nog het verslag van een recent intelligentie onderzoek (niet ouder dan twee jaar) nodig.

Is er sprake van een IQ van 55 tot 70 dan gelden er naast een recent intelligentie onderzoek, welk niet ouder is dan twee jaar, de onderstaande criteria:

o bij een IQ van 55 tot 70 en is het kind jonger dan 8 jaar, moet er tevens sprake zijn van:

  • een gediagnosticeerde stoornis volgens DSM-IV of ICD-10, en
  • een geringe sociale redzaamheid (onderzoek niet ouder dan 1 jaar), en
  • ontbrekende leervoorwaarden aangetoond in een onderwijskundig rapport (OKR) welk niet ouder is dan een half jaar, en
  • ontoereikende zorg binnen het reguliere onderwijs. Er is minimaal een half jaar extra zorg geboden binnen het reguliere onderwijs en uit geëvalueerde handelingsplannen blijkt dat deze ontoereikend is. Tevens is de expertise vanuit het zml-onderwijs noodzakelijk. Ook dient worden aangetoond dat het reguliere onderwijs de expertise mist die wel aanwezig is op de zml-school.

 

o bij een IQ van 55 tot 70 en een leeftijd tussen 8 en 11 jaar, moet er tevens sprake zijn van:

  • een geringe sociale redzaamheid (onderzoek niet ouder dan 1 jaar), en
  • zeer geringe schoolvorderingen hetgeen aangetoond wordt in een OKR welk niet ouder is dan een half jaar. Tevens moet de zeer geringe vooruitgang blijken uit minimaal twee toetsmomenten en uit eventuele verslaglegging over de taak-werkhouding.
  • ontoereikende zorg binnen het reguliere onderwijs. Er is minimaal een half jaar extra zorg geboden binnen het reguliere onderwijs en uit geëvalueerde handelingsplannen blijkt dat deze ontoereikend is. Tevens is de expertise vanuit het zml-onderwijs noodzakelijk. Ook dient worden aangetoond dat het reguliere onderwijs de expertise mist die wel aanwezig is op de zml-school.

 

o bij een IQ van 55 tot 70 en een leeftijd van 12 jaar en hoger, moet er tevens sprake zijn van:

  • een geringe sociale redzaamheid (onderzoek niet ouder dan 1 jaar), en
  • een didactisch niveau niet hoger dan groep 3. Dit moet aangetoond zijn door een OKR niet ouder dan een half jaar.
  • ontoereikende zorg binnen het reguliere onderwijs. Er is minimaal een half jaar extra zorg geboden binnen het reguliere onderwijs en uit geëvalueerde handelingsplannen blijkt dat deze ontoereikend is. Tevens is de expertise vanuit het zml-onderwijs noodzakelijk. Ook dient worden aangetoond dat het reguliere onderwijs de expertise mist die wel aanwezig is op de zml-school.

 

Is er sprake van een TIQ lager dan 35 met een bijkomende medische- of gedragsstoornis, of het (geschatte) IQ is lager dan 20, dan kan een zml-mg-indicatie worden aangevraagd. Leerlingen met een zml-mg-indicatie mogen worden toegelaten door een zml-school met een verbrede toelating.

Naast de bovenstaande indicatiecriteria is het voor De Cirkel belangrijk dat de kinderen in een (kleine) groep kunnen functioneren. Een constante intensieve begeleiding waarbij sprake is van 1 op 1, waardoor er een te grote belasting ontstaat voor de gehele groep, kan een reden zijn om niet tot plaatsing over te gaan. T.a.v. de zelfredzaamheid zullen de kinderen enigszins zelfstandig aan een opdrachtje moeten kunnen werken. Het niet zindelijk zijn is geen reden om kinderen te weigeren. In samenwerking met de ouders zal er wel gewerkt worden aan de zindelijkheidstraining. Bij het medisch onderzoek wordt nagegaan in hoeverre het kind wat betreft de lichamelijke gesteldheid, met het schoolprogramma kan meedoen. Het kind zal in staat moeten zijn om een gehele dag op school te zijn. Verder zullen de kinderen via de zintuigen voldoende informatie moeten kunnen opvangen.

Voor plaatsing in de zorggroep of een autistructuurgroep, is naast de indicatie voor cluster 3 zml een indicatie voor zorg binnen onderwijs betreffende persoonlijke verzorging en/of ondersteunende begeleiding wenselijk.
Voor de autistructuurgroepen gelden interne criteria waaraan de leerlingen moeten voldoen voordat zij in één van deze groepen geplaatst kunnen worden. De criteria zijn in een aparte notitie verwoord.


Toelatingsprocedure

Kinderen die geplaatst worden binnen de Cirkel hebben diverse achtergronden. Zo zijn er kinderen die uit de thuissituatie afkomstig zijn zonder dat ze ooit op een school of dagverblijf hebben gezeten. Dit zijn vooral de zeer jonge kinderen. Er zijn ook kinderen die binnen de zorg een plaats hebben. Hierbij denken we m.n. aan de KDC’s. Een andere groep kinderen is al geplaatst binnen een vorm van speciaal onderwijs. Tenslotte zijn er kinderen die in het regulier basisonderwijs of op scholen voor SBO zitten

Toelating tot De Cirkel is alleen mogelijk op basis van een indicatie cluster 3 zml of zml-mg. De indicatie dienen de ouders aan te vragen bij de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) van een REC cluster 3.
De Cirkel vindt het belangrijk om vroegtijdig in contact te komen met de ouders. De ouders/verzorgers worden ten alle tijden uitgenodigd op De Cirkel voor een oriënterend gesprek. In een enkel geval wordt de ouderfunctionaris van het REC hierbij betrokken. Indien nodig begeleidt De Cirkel de ouders bij de aanvraag van de indicatie.

De hieronder beschreven procedure is de standaardprocedure die voor het gehele REC Expertise Centrum Speciaal Onderwijs geldt.

  1. Ouders kunnen een afspraak maken met een school voor speciaal onderwijs van het REC cluster 3 voor een oriënterend bezoek aan de school. De school geeft informatie over het onderwijs van de betreffende school en over de procedure die zij moeten volgen voor het verkrijgen van een indicatie bij de CvI van het REC. De schoolgids met folder van het REC is voor de ouders beschikbaar.
  2. De ouders maken een afspraak met de ouderfunctionaris van het REC.
  3. Tijdens het gesprek met de ouderfunctionaris worden de wensen van de ouders in kaart gebracht aan de hand van een door de overheid vastgesteld protocol aanmelding REC.
  4. Het dossier van het kind wordt verzameld.
  5. Als het dossier incompleet is, wordt er eerst informatie opgevraagd bij andere instanties. Als bepaalde benodigde onderzoeken niet voorhanden zijn, wordt een van de scholen voor speciaal onderwijs in het REC gevraagd om onderzoek te doen. Dit kan een school zijn op verzoek van de ouders, maar de school kan ook aangewezen worden door het REC.
  6. Als het dossier compleet is wordt het aangeboden aan de CVI ter beoordeling.
  7. De CVI doet een uitspraak over de toelaatbaarheid van het kind.
  8. Als het kind een bewijs van toelaatbaarheid heeft voor speciaal onderwijs aan één van de scholen van REC cluster 3, (“de beschikking”) kunnen de ouders een keuze gaan maken. Er zijn 2 mogelijkheden:
    a. De ouders kiezen voor plaatsing in het regulier onderwijs. Er wordt samen met de ouderconsulent een school gezocht. Op grond van de beschikking krijgt de school extra formatie en een bedrag in geld (samen “de rugzak”) terwijl er daarnaast formatie is om (verplicht) ambulante begeleiding in te kopen bij een school voor speciaal onderwijs van het REC. Dit kan wederom een school zijn die de ouders kiezen, en anders wordt de school aangewezen, al naar gelang de regio waar de school ligt.
    b. De ouders kiezen voor plaatsing in het Speciaal Onderwijs. In dit geval geeft de ouderfunctionaris de adressen van de scholen waar het kind voor plaatsing in aanmerking komt. Ouders die al een oriënterend bezoek hebben gebracht aan een school voor speciaal onderwijs, melden hun kind aan voor plaatsing bij de Commissie van Begeleiding (CvB) van de betreffende school.
    De ouders die nog geen school voor speciaal onderwijs hebben bezocht, kunnen op de school of scholen naar hun keuze een afspraak maken voor een oriënterend bezoek. Als er een schoolkeuze is gemaakt, wordt de beschikking en het dossier overhandigd en zal de procedure tot plaatsing worden opgestart via de CvB.
  9. De plaatsingsprocedure houdt in dat het dossier en de beschikking in de vergadering van de commissie van begeleiding (CvB) besproken wordt. De CvB is de schoolgebonden commissie die bestaat uit directeur, teamleider, orthopedagoog/psycholoog, maatschappelijk werkende, schoolarts, aangevuld met de coördinator leerlingenzorg en indien wenselijk de logopediste. Deze commissie is verantwoordelijk voor de handelingsgerichte diagnostiek. De CvB maakt een afweging of dit specifieke kind met deze specifieke problemen het beste geholpen kan worden binnen de betreffende school.
  10. Als vastgesteld is dat de school kan voldoen aan de hulpvraag van het kind wordt het kind geplaatst. Dit gebeurt in ieder geval op 1 van de plaatsingsdagen in het schooljaar: 1e dag van het schooljaar, 1e dag na de kerstvakantie of 1e dag na pasen.

Webdevelopment: ONMEDIA